Belasting

Onroerende voorheffing

Artikel

Artikel 257, §2, 3° WIB92 (huidig artikel 2.1.5.0.2 §1, 3° VCF) jo. artikel 15, §1, 1° WIB92

Voorwerp betwisting

Proportionele vermindering - Schadevergoeding n.a.v. verbreking verkoop is geen inkomst in de zin van artikel 15 WIB

Rechtbank of Hof

Hof van Cassatie

Plaats

 

Rolnummer

F.17.0006.N

Datum uitspraak

21/06/2018

Status

Definitief

 

Samenvatting

Naar aanleiding van de gerechtelijke ontbinding van de verkoopovereenkomst van een onroerend goed ontvangt de belastingplichtige een schadevergoeding. De belastingplichtige meent aanspraak te kunnen maken op proportionele vermindering van de onroerende voorheffing voorzien in artikel 257, §2, 3° WIB92 (huidig artikel 2.1.5.0.2 §1, 3° VCF) jo. artikel 15, §1, 1° WIB92 gezien het onroerend goed door de niet-uitvoering van de verkoopovereenkomst gedurende het volledige aanslagjaar leeg stond.

De rechter in eerste aanleg stelde de belastingplichtige in het ongelijk en oordeelde dat de schadevergoeding de niet-beschikbaarheid van de woning na de ondertekening van het verkoopcompromis en de afwezigheid van inkomsten die het gevolg daarvan zijn dekt. De woning heeft in de loop van het aanslagjaar dan ook onbetwistbaar een opbrengst gegenereerd door de ontvangst van de schadevergoeding zodat niet kan aangenomen worden dat het onroerend goed volstrekt improductief was.

Het Hof van Beroep volgde deze zienswijze echter niet en kende de proportionele vermindering wel toe. Het Hof stelt vast dat de inkomsten van een onroerend goed alles omvatten wat wordt voortgebracht door dit onroerend goed zonder het wezen ervan te veranderen. Een niet-gemeubileerd gebouwd onroerend goed brengt inkomsten op in de zin van artikel 15, §1, 1° WIB 92 indien de belastingplichtige een voordeel of baat haalt uit een aan een derde toegestaan gebruik van het onroerend goed.

Net zomin als de loutere omstandigheid dat de belastingplichtige tijdens het aanslagjaar het onroerend goed verkoopt en de koopprijs ontvangt, niet tot gevolg heeft dat het onroerend goed inkomsten opbrengt in de zin van artikel 15, §1, 1° WIB 92 (Cass. 10 oktober 2014, rolnr. F.13.0109.N), is er ook geen sprake van ‘inkomsten opbrengen’ wanneer de belastingplichtige wegens verbreking van de verkoop van het betreffende onroerend goed een schadevergoeding ontvangt, aldus het Hof. Die schadevergoeding is immers geen voordeel of baat die door de belastingplichtige wordt gehaald uit een aan een derde toegestaan gebruik van het onroerend goed. Het was evengoed mogelijk geweest dat de verkoop plaats vond in verhuurde toestand en er dus geen inkomstenderving zou geweest zijn.

VLABEL besliste, na positief cassatieadvies, om een voorziening tot cassatie in te stellen tegen de beperkte draagwijdte die het Hof van Beroep geeft aan het begrip “inkomsten opbrengen”. Het Hof van Cassatie wijst de voorziening evenwel af en bevestigt de uitspraak van het Hof van Beroep:

De appelrechters oordelen dat wanneer de belastingplichtige een schadevergoeding ontvangt wegens verbreking van de koopovereenkomst, er geen sprake is van ‘inkomsten opbrengen’ in de zin van artikel 15 §1, 1° WIB 92, niet alleen om reden dat die schadevergoeding geen voordeel of baat is die door de belastingplichtige wordt gehaald uit een aan een derde toegestaan gebruik van het onroerend goed, maar ook om reden dat het evengoed mogelijk was geweest dat de verkoop van het onroerend goed plaatsvond in verhuurde toestand en de belastingplichtige dus nooit enige inkomstenderving zou hebben ondergaan.

Met deze reden geven de appelrechters te kennen dat de aan de verweerder toegekende schadevergoeding niet strekt tot vergoeding van de inkomstenderving die het gevolg is van de onbeschikbaarheid van het onroerend goed na de ondertekening van het verkoopcompromis.