Belasting op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten

Leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten zijn verschijnselen die moeten worden bestreden. Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten hebben immers geen enkel nut. Integendeel. Langdurige leegstand en verwaarlozing tasten de onmiddellijke omgeving aan en dragen bij tot het elders aansnijden van nog onbebouwde ruimte.

Het instrument om leegstand en verwaarlozing te voorkomen en te bestrijden is tweeledig: enerzijds de belasting als afschrikking en als sanctie, anderzijds de subsidie als positieve stimulans.

De bedoeling van het decreet ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten is het tegengaan van één van de belangrijkste ruimtelijke problemen: het stedelijk verval.

Wanneer bedrijven hun activiteit om economische redenen stoppen of omwille van uitbreidingsproblemen of milieuhygiënische redenen naar nieuwe locaties moeten verhuizen, worden de oude bedrijfsruimten achtergelaten.  Het type van gebouw, de al dan niet resterende bedrijfsinfrastructuur en de aantrekkelijkheid van de onmiddellijke omgeving bepaalt hoe snel deze gebouwen opnieuw in gebruik worden genomen.  Leegstaande bedrijfsruimten die niet onmiddellijk worden heropgenomen in het marktaanbod leiden uiteindelijk tot verwaarlozing en verkrotting. Dergelijke panden oefenen bovendien een negatieve invloed uit op de omgeving. Daardoor dreigen de aanpalende buurten of wijken eveneens in een verkrottingsspiraal terecht te komen.

Zulke bedrijfsruimten moeten dan ook beschouwd worden als probleemgebieden, zowel vanuit economisch standpunt, als vanuit het streven naar een kwaliteitsvolle leef- en woonomgeving.

Opgelet

Het is geenszins de bedoeling van de Vlaamse regering om de opbrengst van de belasting op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten als een uitsluitend gewestelijke belasting te beschouwen.  De opbrengsten van die belasting komen terecht in het Vernieuwingsfonds. Via dit Vernieuwingsfonds zal de belasting integraal gebruikt worden voor de ondersteuning van het beleid ter sanering van de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten onder de vorm van subsidiëring van openbare of private initiatieven. Deze initiatieven komen ook de verbetering van de woon- en leefomgeving in onze steden en gemeenten in het algemeen en de achtergestelde buurten in het bijzonder ten goede.