Proportionele vermindering
Principe

De onroerende voorheffing kan verminderd worden als een onroerend goed niet productief geweest is gedurende een deel van het jaar of gedurende het ganse jaar. De vermindering geldt enkel voor de periode van de improductiviteit, zodat we spreken van een proportionele vermindering.

Meent u in aanmerking te komen voor een proportionele vermindering dan kunt u de vermindering schriftelijk aanvragen of elektronisch via Mijn Dossier.

Gebouwd onroerend goed

Als een gebouwd onroerend goed een gedeelte van het jaar heeft leeggestaan én geen inkomsten heeft opgebracht (improductief is geweest) kan de onroerende voorheffing proportioneel verminderd worden. Er moet wel voldaan zijn aan een aantal voorwaarden:

  • het moet gaan om een niet-gemeubileerd gebouwd onroerend goed: gemeubelde gebouwen of ongebouwde onroerende goederen zoals gronden komen dus niet in aanmerking;

  • de leegstand en de improductiviteit van het gebouw moeten tijdens het aanslagjaar minstens 90 dagen geduurd hebben. De periode van 90 dagen moet niet aaneensluitend zijn. De belastingplichtige moet de leegstand en de improductiviteit staven met bewijsstukken.  

Als het onroerend goed langer dan 12 maanden niet in gebruik genomen is, rekening houdend met het vorige aanslagjaar kan geen proportionele vermindering verleend worden, tenzij wanneer de leegstand en de improductiviteit te wijten zijn aan redenen onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige. De termijn van 12 maanden is niet van toepassing in de volgende gevallen:

  • onteigening

  • ramp

  • verbouwing of renovatie met een sociaal of cultureel doel die uitgevoerd wordt door een sociale woonorganisatie of in opdracht van een overheid

  • overmacht

  • niet-afgehandelde erfenisprocedure

In alle andere gevallen moet de belastingplichtige aantonen dat de leegstand en de improductiviteit te wijten zijn aan redenen onafhankelijk van zijn wil. Dat kan als volgt bewezen worden:

1. Leegstand

  • kwitanties van verbruik van water, gas en electriciteit die de periode van leegstand aantonen;

  • een attest van burgemeester, politie of andere officiële instantie waaruit blijkt dat het onroerend goed leegstaand was gedurende de volledige periode waarvoor de proportionele vermindering gevraagd wordt.

2. Onvrijwillige improductiviteit

  • afbraak:

    • attest van de gemeente of van het Vlaamse gewest van opname in de inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen of van verwaarloosde woningen of bedrijfsruimten.

  • Verbouwingen:

    • attest van de gemeente of van het Vlaamse gewest van opname in de inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen of  van verwaarloosde woningen of bedrijfsruimten.

  • Tehuurstelling:

    • de door beide partijen (de opdrachtgever en de makelaar in onroerende goederen) ondertekende opdracht tot verhuring, met vermelding van de periode van het mandaat;

    • een kopie van opeenvolgende aanbiedingen tot huur in één of meerdere publiciteitsbladen, verspreid over de volledige periode van improductiviteit én met vermelding van de datum van publicatie.

  • Lopende rechtzaak of procedure:

    • een vonnis

  • Bodemverontreiniging:

    • verslagen / documenten OVAM

Vernieling

Ook bij vernieling kan de onroerende voorheffing proportioneel verminderd worden in geval van:

  • volledige vernieling van het onroerend goed;

  • gedeeltelijke vernieling voor zover het vernielde gedeelte minimaal 25 % van het kadastraal inkomen vertegenwoordigt.

De vernieling moet veroorzaakt zijn door een buitengewone gebeurtenis, dus een ramp die onafhankelijk is van de wil van de eigenaar b.v. brand, instorting, ...

Materieel en outillage

Ook voor materieel en outillage kan de onroerende voorheffing proportioneel verminderd worden in de volgende gevallen:

  • volledige vernieling;

  • gedeeltelijke vernieling, op voorwaarde dat het vernielde gedeelte minstens 25 % van het kadastraal inkomen vertegenwoordigt;

  • het materieel en outillage is tijdens het aanslagjaar ten minste 90 dagen buiten gebruik geweest;

  • een gedeelte van het materieel en outillage dat minstens 25% van het kadastraal  inkomen vertegenwoordigt, is tijdens het aanslagjaar minstens 90 dagen buiten gebruik geweest.

Bij materieel en outillage speelt het onvrijwillig karakter niet: de vernieling moet niet te wijten zijn aan de hierboven vermelde buitengewone gebeurtenissen. Ook moet de inactiviteit niet onvrijwillig zijn. Het volstaat dat het materieel en outillage gedurende de vereiste periode buiten werking is geweest. De maximumtermijn van 12 maanden zoals bij gebouwde onroerende goederen geldt evenmin.