Erfpachtconstructie

Standpunt nr. 15114 dd. 13.05.2019  

Artt. 2.9.1.0.1 VCF en 3.17.0.0.2 VCF


 

1. Wanneer bij erfpachtconstructies de volle eigendom van het betrokken onroerend goed wordt wedersamengesteld door de verkoop van de tréfonds en de overdracht van het recht van erfpacht aan dezelfde koper geldt voor het verkooprecht volgende regeling:

a) Het verkooprecht is verschuldigd op de overeengekomen waarde (m.a.w. prijs + lasten) van de grond en de gebouwen (reeds aanwezig vóór de vestiging van het recht van erfpacht) met minimum hun verkoopwaarde op de dag van de overeenkomst, hierbij rekening houdend met het feit dat ze vóór de overdracht nog bezwaard zijn met het recht van erfpacht.

b) Het verkooprecht is verschuldigd op de op de overeengekomen waarde van de door de erfpachter opgerichte gebouwen, met minimum hun verkoopwaarde op de dag van de overeenkomst.

De RJ R 44/32-01 wordt dus gevolgd.

Een gelijkaardige redenering geldt ook bij opstalrecht.

Voormeld standpunt doet geen afbreuk aan het feit dat VLABEL ook bij de wedersamenstelling van dergelijke constructies toepassing kan maken van de anti-misbruikbepaling.

 

2. Voor erfpachtconstructies uit het verleden (vóór 01/01/2015), waarvoor door de federale DVB een gunstige ruling werd afgeleverd op voorwaarde dat door de betrokkenen de verbintenis werd aangegaan de volle eigendom niet vervroegd weder samen te stellen, zal Vlabel, indien de volle eigendom toch vervroegd wordt weder samengesteld, onderzoeken of de heffing op de oorspronkelijke erfpachtconstructie al dan niet moet worden herzien, en dit in samenspraak met de federale Dienst Voorafgaande Beslissingen.

------------

  • gewijzigd op 13.05.2019, publicatie op 28.05.2019
  • punt 2 vervangen dd. 22.02.2016, publicatie op 21.03.2016
  • oorspronkelijk standpunt dd. 10.08.2015, publicatie op 03.09.2015