Bedingen van aanwas

Standpunt nr. 17044 dd. 19.09.2018

Art. 2.7.1.0.3, 3° en 2.8.1.0.1 VCF


 

Het beding van aanwas is niet wettelijk gedefinieerd maar kan in deze context omschreven worden als een overeenkomst tussen twee of meerdere partijen waarbij overeengekomen wordt dat het onverdeelde aandeel van de eerststervende in volle eigendom- of in vruchtgebruik- op een bepaald goed, dat ze samen aankopen of dat zij reeds in onverdeeldheid bezitten, onder opschortende voorwaarde van het overlijden van de eerststervende, van rechtswege zal aanwassen en dus verkregen zal worden door de overlevende deelgenoten. De tegenprestatie bestaat in een evenwichtige kans voor elke deelgenoot om het aandeel van de andere in het goed te verwerven, indien hij de langstlevende is.

Er wordt vanuit fiscaal oogpunt aanvaard dat de betrokken goederen niet zijn onderworpen aan de erfbelasting of schenkbelasting (maar bij onroerende goederen wel aan het verkooprecht) mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:

Het beding van aanwas moet :

  • opgenomen zijn in een notariële akte als het beding betrekking heeft op onroerende goederen
  • beperkt zijn, via beschikking onder bijzondere titel
  • ten bezwarende titel zijn

Het beding van aanwas is onder bijzondere titel, wanneer de overeenkomst of het beding niet de algemeenheid van de goederen betreft die de partij bij zijn overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen die de partij zal nalaten, noch al zijn onroerende goederen, al zijn roerende goederen, of een evenredig deel van al zijn onroerende goederen of van al zijn roerende goederen bij zijn overlijden.

Het beding van aanwas wordt aanzien als een kanscontract ten bezwarende titel wanneer de kansen evenwichtig zijn. Er wordt niet vereist dat de kansen gelijk zijn. Er dient wel sprake te zijn van een gelijkaardige levensverwachting van de betrokken partijen en er dient een gelijkwaardige inleg te zijn.

Een gelijkwaardige levensverwachting kan niet enkel worden beoordeeld op basis van sterftetabellen maar kan ook worden beïnvloed door specifieke factoren zoals de gezondheidstoestand van de partijen, bepaalde activiteiten die ze uitvoeren, een overlijden dat kort volgt op het sluiten van het beding van aanwas etc...

Compensatie wordt niet aanvaard. Ongelijkheid qua overlevingskansen kan niet gecompenseerd worden door ongelijkheid qua inleg. Dat zijn twee verschillende evenwichten. Door een grotere inleg vergroot de kans immers niet om de andere mede-eigenaar te overleven.

Het feit dat een beding van aanwas tussen echtgenoten wordt afgesloten maakt dit beding op zich niet ongeldig. Wanneer een beding van aanwas wordt afgesloten tussen echtgenoten moet het slaan op de eigen goederen van de echtgenoten die ze in onverdeeldheid bezitten. Het kan geen betrekking hebben op goederen die tot de huwgemeenschap behoren.

Indien het beding van aanwas in een contract is opgenomen vanaf 1 juni 2012 kan het afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen. Het beding van aanwas maakt geen fiscaal misbruik uit indien er ook niet-fiscale motieven aan ten grondslag liggen. Herkwalificatie is mogelijk indien de belastingplichtige niet kan aantonen dat de geviseerde verrichting ook niet-fiscale doelstellingen heeft, en dat deze niet-fiscale doelstellingen voldoende opwegen tegen de fiscale motieven. Dit geldt a fortiori indien het beding van aanwas deel uit maakt van een gecombineerde constructie (bv. uitbreng van goederen uit het gemeenschappelijk vermogen, gevolgd door het sluiten van een beding van aanwas).

Zaakvervanging is mogelijk binnen een beding van aanwas. Het vervanggoed volgt dan dezelfde regels/bestemming als het goed dat het vervangt. Hetzelfde geldt voor meerwaarden.

In beide gevallen gelden volgende (bijkomende) voorwaarden

  •  er moet  in de akte conventionele zaakvervanging voorzien worden
  • als er zaakvervanging is, moet dit nog bevestigd worden op het moment van de verwerving van het nieuwe zaakvervangende goed

 

Voorbeeld:

Indien het beding van aanwas zou slaan op een kunstcollectie moet op het moment van het opstellen van het beding van aanwas zaakvervanging voorzien worden

Indien dan de kunstcollectie verkocht wordt en er effecten mee gekocht worden moet op dat moment duidelijk blijken bv. aan de hand van een uitdrukkelijke schriftelijke verklaring van de partijen dat de aankoop van bv. de effecten gebeurt met de opbrengst van bv. de verkoop van de kunstcollectie waaruit dus blijkt dat die effecten bij wijze van zaakvervanging dezelfde bestemming hebben als het vervangende goed.

Behalve in het geval van zaakvervanging is het beding van aanwas niet geldig voor de goederen verkregen na het contract. Het beding van aanwas dat ook zou gelden voor goederen verkregen na het contract is immers niet ten bijzondere titel. Dat goederen verkregen zijn voor het contract dient bewezen te worden door alle middelen van recht, uitgezonderd de eed. Dit kan men doen door bijvoorbeeld een lijst van de goederen aan de overeenkomst te hechten.

 

Een beding van aanwas van niet-onverdeelde goederen bestaat theoretisch gezien niet. Dit is een contradictio in terminis. Wanneer het evenwel eveneens om een kanscontract (ten bezwarende en bijzondere titel) gaat kan dezelfde fiscale regeling gevolgd worden als bij een beding van aanwas. Ook in dit geval dienen zowel de levensverwachting als de inleg gelijk(w)aardig te zijn.

 

De gelijkwaardigheid van inleg wordt beoordeeld bij het afsluiten van het beding, niet bij het realiseren (een goed kan in waarde stijgen of dalen).

De gelijkaardigheid van de levensverwachting dient aanwezig te zijn bij het afsluiten van het beding. Het is evenwel mogelijk dat pas bij de realisatie van het beding blijkt dat bij het afsluiten van het beding niet aan deze voorwaarde was voldaan (zoals in de omstandigheid dat een van de partijen kort na het afsluiten van het beding is komen te overlijden en dat het een niet onverwacht overlijden betreft).

------------

  • wijziging paragraaf 3 en schrapping paragraaf 4, publicatie op 19/09/2018
  • oorspronkelijk standpunt gepubliceerd op 29/01/2018