Beding van aanwas met optie

Standpunt nr. 15156 dd. 09.11.2015

Art. 2.10.1.0.4. VCF


 

Artikel 2.10.1.0.4 VCF stelt dat de bepalingen van het hoofdstuk verdeelrecht niet toepasselijk zijn op de uitvoering van een beding van terugval of van aanwas.

Bij de realisatie van de terugval of de aanwas bij het overlijden van één der eigenaars zal dus het verkooprecht of de schenkbelasting geheven worden naargelang de verrichting gebeurt ten bezwarende titel of ten kosteloze titel volgens het tarief dat van toepassing was op het ogenblik van de akte van aankoop en op basis van de verkoopwaarde op het ogenblik van overlijden.

De fiscale behandeling van een beding van terugval of aanwas zoals voorzien in artikel 2.10.1.0.4 VCF geldt ook als de terugval of aanwas  optioneel werd bedongen.

Het beding van aanwas/tontine met optie is een beding dat toelaat de keuze tussen het al dan niet beroep doen op de aanwas/tontine uit te stellen tot een zekere periode na het overlijden van de eerststervende. De aanwas/tontine krijgt alsdan bij het overlijden van de eerststervende geen automatische uitwerking. De langstlevende moet immers binnen een welbepaalde tijdspanne na het overlijden (bv. vijf maanden) - een termijn die als een vervaltermijn wordt bedongen - bij notariële akte op formele wijze zijn keuze voor het aanwas/tontine beding bevestigen. De aanwas/tontine wordt bijgevolg optioneel bedongen en de langstlevende moet die optie al dan niet lichten. Het verdeelrecht kan dus niet worden toegepast als effectief wordt geopteerd voor de aanwas/tontine.

RJ nummer R 16/11-04 wordt dus gevolgd.

 

----------

publicatie op 04.12.2015