Laattijdige indiening aangifte van nalatenschap bij complexe erfenissen - Tolerantie belastingverhoging

Standpunt nr. 15160 dd. 30.11.2015

Art. 3.18.0.0.6, §2 VCF


 

De belastingverhoging van art. 3.18.0.0.6, §2 VCF zal niet worden toegepast indien er een gemotiveerd uitstel is gevraagd en toegestaan van maximum twee maand. De motivering van het uitstelverzoek kan onder meer betrekking hebben op de volgende omstandigheden:

  • activa in het (verre) buitenland die ofwel moeilijk op te sporen zijn, ofwel moeilijk te waarderen zijn;
  • bijzondere activa in het binnenland die enkel door een deskundige kunnen worden gewaardeerd en waarbij deze waardering onmogelijk binnen de normale indieningstermijn kan gebeuren;
  • onvindbare indieningsplichtige erfopvolgers of indieningsplichtige erfopvolgers in het verre buitenland;
  • nalatenschap waarbij een of meer indieningsplichtige erfopvolgers zelf zijn overleden tijdens de indieningstermijn;
  • handelingsonbekwame indieningsplichtige erfopvolger(s) voor wie er op de dag van het overlijden nog geen vertegenwoordiger/bewindvoerder was aangesteld;
  • als de indieningsplichtige erfgenaam volstrekt onwetend was van zijn hoedanigheid van erfgenaam en overmacht kan aantonen.

Deze lijst is niet limitatief.

Het spreekt vanzelf dat de motivering enkel zal worden aanvaard indien ze met concrete elementen is gestaafd.

De belastingverhoging zal enkel worden kwijtgescholden indien er uit de ingediende aangifte blijkt dat de aangevoerde motivering op waarheid berustte.

 

------------

publicatie op 04.12.2015