Belasting

Erfbelasting

Artikel

Art. 137 2° W. Succ.

Voorwerp betwisting

Stuiting verjaring in te vorderen sommen

Rechtbank of Hof

Rechtbank van Eerste Aanleg

Plaats

Oost-Vlaanderen, afdeling Gent

Rolnummer

16/2870/A

Datum uitspraak

27 februari 2018

Status

Definitief

 

Samenvatting

Wat betreft aan controleschatting onderworpen goederen, verjaart de vordering van bijkomende verschuldigdheden (rechten, intresten en boeten) in geval van de onderwaardering ervan in de aangifte, na verloop van 2 jaar vanaf de indiening van die aangifte (art. 137, 2° W. Succ.).

Binnen de 2-jarige verjaringstermijn deed echtgenoot Y handelend in eigen naam en als wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon Z afstand van de lopende termijn van verjaring.

Opnieuw net binnen de 2 jaar na de afstand van verjaring door de echtgenoot deed notaris F op basis van de volmacht hem verleend door de erfgenamen in de aangifte van nalatenschap afstand van de lopende termijn van verjaring.

De tweejarige verjaringstermijn werd rechtsgeldig gestuit ingevolge de afstandsverklaring, ondertekend door de echtgenoot Y in eigen naam en in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige zoon Z. Daardoor begon een nieuwe termijn van twee jaren te lopen. Binnen de twee jaar deed notaris X afstand van de lopende verjaring. De notaris stelde een eenzijdige rechtshandeling met verstrekkende gevolgen ten nadele van de belastingschuldigen, zodat een bijzonder mandaat vereist was waarvan de FOD Financiën en vanaf 01/01/2015 de Vlaamse belastingdienst het bestaan niet mocht veronderstellen. De afstandsverklaring door notaris X verbindt de erfgenamen niet en vormt geen rechtsgeldige stuitingsdaad met betrekking tot de verjaring van de vordering van de rechten, intresten en boeten verschuldigd wegens de ongenoegzaamheid met betrekking tot de 186 aandelen in bvba P. De vordering is aldus verjaard.