Belasting

Procedure

Artikel

Art. 2 WIGB

Art. 371 WIB92

Voorwerp betwisting

Laattijdigheid bezwaarschrift niet ingeroepen door VLABEL

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2014/AR/2439

Datum uitspraak

16/06/2015

Status

Definitief

 

Samenvatting

Het Hof van Beroep oordeelt in een arrest dd. 18.06.2015 dat het Vlaams Gewest de laattijdigheid van het bezwaarschrift niet heeft opgeworpen tijdens de administratieve fase waardoor de rechters de onontvankelijkheid niet kunnen uitspreken. Het Hof kan enkel nog uitspraak doen over de grond van de zaak en dient de ontvankelijkheid van het bezwaar, zoals beslist door de gemachtigde ambtenaar, te aanvaarden.

In eerste aanleg had de rechter nog geoordeeld dat de vordering van eiseres BVBA X onontvankelijk was aangezien zij geen tijdig bezwaar had ingediend:

“De rechtbank is van oordeel dat de belastingadministratie niet over de macht of over de bevoegdheid beschikt om het verstrijken van de bezwaartermijn te miskennen of te regulariseren. De bezwaartermijn is van openbare orde. De rechtbank moet vaststellen dat de voorafgaande procedure niet regelmatig werd ingesteld, ongeacht de vaststelling dat de administratie het bezwaarschrift wel ten gronde heeft behandeld. De huidige gerechtelijke procedure is op grond van artikel 1385undecies Ger. W. niet toegelaten”.

Het Hof van Beroep verwijst evenwel naar een Cassatiearrest van 31 januari 2014 (inzake vennootschapsbelasting). Door dat arrest van het Hof van Cassatie werd de tot dan gevestigde rechtspraak in Gent verlaten, waarbij de laattijdigheid van het bezwaar -zelfs indien de administratie tijdens de administratieve fase het bezwaar ontvankelijk had verklaard- sowieso moest uitgesproken worden door de rechtbank eens wordt vastgesteld dat het bezwaar laattijdig was.

Wanneer een door de belastingplichtige ingediend bezwaarschrift door een directoriale beslissing ontvankelijk werd verklaard, zelfs ten onrechte, doch werd afgewezen wegens ongegrond, laat het beroep van de belastingplichtige bij de rechtbank van eerste aanleg niet toe dat de rechter de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift opnieuw onderzoekt.

De rechter is enkel gevat om uitspraak te doen over de gegrondheid van het bezwaarschrift.

Door te beslissen dat het bezwaar van de belastingplichtige niet rechtsgeldig binnen de wettelijke termijnen was ingediend en derhalve onontvankelijk was, terwijl de directeur – ten onrechte – dit bezwaar ontvankelijk had verklaard, hebben de eerste rechter en het Hof van Beroep de grenzen van hun bevoegdheid overschreden en het algemeen rechtsbeginsel van het beschikkingsrecht miskend (Cass. (1e k.) AR F.12.0088.F, 31 januari 2014 (X. / Etat belge), RGCF 2014, afl. 5, 348).