Kanscontract

Voorafgaande beslissing nr. 19006 dd. 01.04.2019

Artt. 2.7.1.0.3; 2.8.1.0.1; 3.17.0.0.2 VCF


 

Inhoud

  1. Voorwerp van de aanvraag
  2. Omschrijving van de verrichting(en)
  3. Motivering van de aanvraag
  4. Beslissing

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe bevestiging te krijgen:

  • dat de alhier voorgelegde overeenkomst van aanwas tussen de heer X en mevrouw Y rechtsgeldig is en kwalificeert als een kanscontract onder bezwarende titel;
  • dat, op het ogenblik van de aanbieding ter registratie, de artikelen 2.8.1.0.1 en 2.8.4.1.1, §2 VCF niet van toepassing zullen zijn en er derhalve geen schenkbelasting zal verschuldigd zijn;
  • dat de artikelen 2.7.1.0.3, 3° en 2.7.1.0.5 VCF niet van toepassing zullen zijn bij het overlijden van één van de partijen zodat er geen erfbelasting verschuldigd zal zijn;
  • dat deze transactie voor de Vlaamse Belastingdienst geen fiscaal misbruik vormt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

[top]

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II. A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

2. De aanvraag wordt ingediend door […]

3. De betrokken partijen zijn:

3.1. De heer X, geboren te […] op xx.xx.1972, ongehuwd, wonend te […]. 

3.2. Mevrouw Y, geboren te […] op xx.xx.1972, ongehuwd, wonend te […].

Zij hebben een verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd in de Stad […] op xx.xx.2007. 

4. De heer X en mevrouw Y hebben samen één minderjarig kind, te weten ‘ de dochter’, wonend te […].

5. De heer X en mevrouw Y hebben hun fiscale woonplaats meer dan vijf jaar in het Vlaamse Gewest.

II. B. Beschrijving van de betrokken goederen

6. De partijen verklaren volgend aantal aandelen te bezitten in hierna vermelde vennootschappen:

6.1. elk één (1) aandeel in volle eigendom in:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid vennootschap A, […]

Opgericht blijkens akte verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.2002, gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van […] daarna, onder nummer […].

De statuten van de vennootschap werden gewijzigd blijkens akte verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.2004, gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van […] daarna, onder nummer […].

6.2. elk één (1) aandeel in volle eigendom in:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid vennootschap B, […]. 

Opgericht blijkens akte verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.2010, gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van […] daarna, onder nummer […].

De statuten van de vennootschap werden tot op heden niet gewijzigd.

6.3. elk drieëndertigduizend achthonderdenzeven (33.807) aandelen in volle eigendom in:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid vennootschap C, met maatschappelijke zetel te […], BTW […], rechtspersonenregister […].

Opgericht blijkens akte verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.2016, gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van […] daarna, onder nummer […].

De statuten van de vennootschap werden tot op heden niet gewijzigd.

II. C. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

7. De partijen wensen onderling een aanwasovereenkomst te sluiten betreffende hun respectievelijk aandelenpakket (1 aandeel van de vennootschap A , 1 aandeel van de vennootschap B en 33.807 aandelen van de vennootschap C, telkens in volle eigendom) waarbij zij bij wijze van kanscontract onder bezwarende titel overeenkomen dat bij het overlijden van de eerststervende van hen, zijn of haar aandelenpakket in volle eigendom zal toekomen aan de langstlevende onder hen. Elk van de partijen staat aldus zijn 1 aandeel van de vennootschap A, 1 aandeel van de vennootschap B en 33.807 aandelen van de vennootschap C, telkens in volle eigendom, af aan de andere, onder de opschortende voorwaarde van vóóroverlijden, en elk van de partijen verkrijgt als tegenprestatie voor deze afstand een gelijke kans om het aandelenpakket toebehorend aan de andere, te verwerven indien hij of zij het langst leeft.

8. De partijen wensen elkaar, wat betreft de voormelde vennootschappen, na een overlijden absoluut wederzijds te beschermen, zonder dat enige inmenging van kinderen of andere erfgenamen mogelijk is. Hun beroepsactiviteit wordt immers uitgeoefend o.m. via deze vennootschappen.

9. Hiervoor wensen ze dat de volle eigendom van hun aandelen bij de langstlevende terechtkomt via een overeenkomst van aanwas.

10. De partijen komen steeds gezamenlijk tot een besluitvorming en zullen dit ook blijven doen teneinde hun rechten van beheer en bescherming uit te oefenen.

11. Elke partij wenst voor zichzelf de nodige maatregelen te nemen die hem/haar in staat stellen zijn/haar levenskwaliteit en levensstandaard als langstlevende partner te garanderen en hem/haar tegelijkertijd in staat stellen een maximale flexibiliteit te behouden. Met dat doel voor ogen, wensen zij de inmenging – in ruime zin – van hun minderjarig kind zo veel als mogelijk te beperken, met respect voor de thans vigerende Belgische wetgeving, en de financiële flexibiliteit van de vennootschappen waarvan de aandelen aan hen toebehoren te maximaliseren teneinde elk voor zich als langstlevende partner de nodige zekerheid en bescherming te bekomen.

12. De overeenkomst van aanwas zal als volgt luiden:

“Om hun samenwonen te organiseren en de langstlevende te beschermen bij het overlijden van één van hen komen de partijen overeen een bijzondere onverdeeldheid tussen hen in het leven te roepen voor voormelde aandelen, die als een doelvermogen wordt aanzien.

De partijen komen met name overeen dat, bij het overlijden van de eerststervende onder hen en zonder terugwerkende kracht, de volle eigendom van de aandelen van de eerststervende zal aanwassen bij deze van de overlevende, doch enkel op voorwaarde dat deze laatste hiervoor uitdrukkelijk, op de wijze en binnen de termijn hierna gepreciseerd, opteert na het overlijden van de eerststervende. Aldus staat elk van de partijen, onder voormelde voorwaarde, de volle eigendom van zijn aandelen af aan de andere onder de opschortende voorwaarde van zijn vooroverlijden; als tegenprestatie voor deze afstand verkrijgt de overdrager een kans om de volle eigendom van de aandelen van de andere te verkrijgen, indien hij het langst leeft.

Deze overeenkomst is wederkerig toegestaan en aanvaard ten bezwarende titel, als kanscontract, onder de hierna volgende modaliteiten en voorwaarden:

1) De langstlevende van de partijen dient zijn wil om het bovenvermeld recht van aanwas uit te oefenen uitdrukkelijk kenbaar maken door middel van een verklaring afgelegd bij notariële akte binnen een termijn van vier maanden na het overlijden van de eerststervende van de partijen. Deze termijn geldt als vervaltermijn. Bij ontstentenis van uitdrukkelijke wilsuitdrukking op voormelde wijze en binnen voormelde termijn zal de langstlevende van de partijen geacht worden onherroepelijk te hebben verzaakt aan het voordeel van het recht van aanwas.

In deze verklaring zal de langstlevende van de partijen mogen opteren om het aanwasbeding te beperken tot de blote eigendom of het levenslang vruchtgebruik van de aandelen van de eerststervende. In dat geval moeten alle bepalingen van dit beding van aanwas waar sprake is van “de volle eigendom” gelezen worden als “de blote eigendom” of “het levenslang vruchtgebruik”.

2) Daar het een kansovereenkomst onder bezwarende titel betreft zal er geen enkele vergoeding verschuldigd zijn door de langstlevende aan de erfgenamen van de eerststervende uit hoofde van de verwerving door de overlevende van de aandelen van de eerststervende. Beide partijen schatten voor zichzelf de kansen gelijkwaardig om elkaars aandelen uiteindelijk te verwerven. Het bezwarend karakter van onderhavige overeenkomst wordt onderstreept door het oogmerk van elke partij om te worden beschermd voor het geval hij zelf de langstlevende zou zijn.

3) Deze overeenkomst is tussen de partijen afgesloten voor een periode van twee jaar te rekenen vanaf heden. Ze wordt nadien automatisch, uit hoofde van de wilsuiting van partijen heden vastgesteld,  verlengd met opeenvolgende periodes van twee jaar, tenzij één van de partijen na de beëindiging van de samenwoning zijn wil te kennen geeft aan de andere om ze niet te verlengen, hetgeen dient te gebeuren bij verklaring voor notaris door één van hen gedaan minstens drie maanden vóór het einde van de lopende tweejarige periode. Een eensluidende uitgifte hiervan wordt per aangetekend schrijven verstuurd aan de andere partij.

Partijen kunnen evenwel op elk ogenblik gezamenlijk deze overeenkomst wijzigen of het einde van deze overeenkomst laten vaststellen bij notariële akte, waardoor zij zich weer in een gewone onverdeeldheid bevinden.

Indien partijen met elkaar in het huwelijk zouden treden komt er van rechtswege een einde aan deze overeenkomst vanaf de dag van het in kracht van gewijsde treden van het echtscheidingsvonnis of -arrest.

Indien er een einde komt aan dit aanwasbeding is artikel 815 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing en kan iedere partij de uit onverdeeldheidtreding vorderen overeenkomstig artikel 1207 van het Gerechtelijk Wetboek.

4) Zolang deze overeenkomst van kracht blijft tussen de partijen kunnen zij de aandelen niet  vervreemden, noch ten bezwarende titel, noch om niet, de verdeling of veiling ervan niet vragen, niet in pand geven, in betaling geven of er eender welk recht op toestaan, behoudens uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de andere.

5) Alle zaken die mits het akkoord van de andere partij worden verkregen in vervanging van de oorspronkelijke aandelen, waarden en gelden en alle interesten, dividenden of andere (meer)opbrengsten die nog niet werden uitgekeerd, vallen eveneens onder dit beding van aanwas. Partijen verbinden zich ertoe dat in geval van zaakvervanging dit nog bevestigd moet worden op het moment van de verwerving van het nieuwe zaakvervangende goed.

6) Partijen verbinden zich ertoe alle beslissingen aangaande investeringen, beleggingen en herbeleggingen met betrekking tot de aandelen gezamenlijk te nemen.

7) Alle interesten, dividenden of andere opbrengsten die worden voortgebracht door de aandelen, kunnen op eender welk tussen partijen overeengekomen tijdstip worden uitgekeerd aan partijen, elk voor de helft, tenzij zij gezamenlijk zouden beslissen om hiervan een deel of het geheel te herbeleggen of te herinvesteren.

8) De bepalingen vervat in de artikelen 3) en 4) gelden in ieder geval met ingang vanaf heden en zolang deze overeenkomst van kracht blijft tussen de partijen, teneinde een rechtsgeldige overeenkomst tot stand te kunnen brengen tussen hen, dit wil zeggen onafhankelijk van het al dan niet uitoefenen van de optie vervat in artikel 1) door de langstlevende hunner.

9) Een eventuele nietigheid van een bepaling van dit beding van aanwas betreft enkel die specifieke bepaling, die in dat geval voor niet geschreven moet worden gehouden, maar kan, volgens de uitdrukkelijke wil van partijen, niet de nietigheid van het volledige beding van aanwas voor gevolg hebben.”

[top]

III. Motivering van de aanvraag

13. De overeenkomst van aanwas betreft een kanscontract ten bezwarende titel onder de opschortende voorwaarde van vooroverlijden van een contractant. Krachtens artikel 1100/1, § 4, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek “zijn overeenkomsten of bedingen onder bezwarende titel altijd toegelaten, als ze onder bijzondere titel zijn gesloten of gemaakt […]”. In casu is de voorgenomen inrichting beperkt via beschikking onder bijzondere titel, vermits het om specifieke aandelen van bepaalde vennootschappen gaat.

14. Er moet steeds sprake zijn van evenwichtige kansen voor het bezwarende karakter van een kanscontract. Hiervoor worden twee elementen nagegaan, gelijkaardige levensverwachting en gelijkwaardige inleg:

- gelijkaardige levensverwachting:

In casu hebben de partijen dezelfde leeftijd, eenzelfde goede gezondheid en aldus dezelfde overlevingskansen. Ter staving van de goede gezondheid verklaren de partijen recent een medisch onderzoek te hebben laten uitvoeren.

- gelijkwaardige inleg:

De partijen bezitten evenveel aandelen in de voormelde vennootschappen.

15. Bovendien bevat de overeenkomst een strikt vervreemdingsverbod. Het is de partijen niet toegestaan eenzijdig de overeenkomst stop te zetten, te wijzigen, de goederen in pand te geven, te vervreemden, enz. Hiermee geven partijen aan een evenwichtig kanscontract te willen sluiten.

16. De partijen willen zaakvervanging mogelijk maken binnen een dergelijk contract. Het vervanggoed volgt dan dezelfde regels/bestemming als het goed dat het vervangt. Hetzelfde geldt voor meerwaarden, dividenden of andere opbrengsten die nog niet werden uitgekeerd.

17. Daarnaast wordt de overeenkomst van aanwas niet in de tijd beperkt en kan deze aldus slechts worden gewijzigd of opgeheven met wederzijds akkoord van beide partijen, dit in tegenstelling tot een testament, dat steeds eenzijdig kan worden gewijzigd of herroepen. De partijen blijven gebonden door de overeenkomst van aanwas, ook als zij het later oneens worden.

18. Het beding van aanwas biedt voor hen de enige goede en rechtszekere oplossing naar wederzijdse bescherming. Partijen hebben geen garantie dat een schenking of legaat van de voormelde aandelen later niet zou worden aangevochten door de kinderen, reservataire erfgenamen.

19. De partijen stellen dat deze aanwasovereenkomst is ingegeven vanuit de intentie om de langstlevende partner zo veel mogelijk te beveiligen tegen een mogelijke inmenging van hun kinderen. Vandaar dat geopteerd wordt voor een beding van aanwas, waarmee de mogelijke gevolgen van de wettelijke reserve van deze kinderen kunnen worden uitgesloten.

20. Als compensatie van deze beperking aan hun beheers- en beschikkingsbevoegdheid die de partijen zich vrijwillig opleggen, bekomt elke contractant onder opschortende voorwaarde het recht op het aandeel van de medecontractant in zijn aanspraken op het goed waar het beding van aanwas op gevestigd wordt zo deze komt te overlijden. Het zich al dan niet voordoen van de aanwas is verbonden aan de onzekere gebeurtenis van het tijdstip van overlijden van een contractant. De onzekerheid van tijdstip en identiteit van de eerstoverleden contractant maakt dat beide partijen eenzelfde kans hebben op de aanwas van een vermogensbestanddeel.

Deze gelijkheid van kansen wordt beoordeeld op het moment van het  sluiten van de overeenkomst.

21. De kwalificatie “kanscontract” tussen partijen wordt aangetoond door een gelijk financieel aandeel dat ondergebracht wordt in het beding van aanwas, de gelijke overlevingskans, een gezamenlijk optreden in de vorm van een strikt vervreemdingsverbod en de afwezigheid van een einddatum.

22. Het bezwarende karakter sluit de taxatie in de erf- of registratiebelasting in hoofde van de artikelen  2.7.1.0.3, 3° , 2.7.1.0.5, 2.8.1.0.1 io 2.8.4.1.1 §2 VCF uit. De partijen verwijzen dienaangaande naar de eerder door VLABEL genomen beslissingen.

23. Gelet op het niet fiscaal karakter van de hiervoor opgesomde motieven van de voorgenomen verrichting (o.m. beperking van de inmenging van de kinderen en/of andere erfgenamen, zelfstandig bestuur van de vennootschappen, financiële flexibiliteit van de vennootschappen, enz) maakt de overeenkomst volgens partijen geen fiscaal misbruik uit.

24. De partijen menen dat, al deze elementen in acht genomen, men dient te concluderen dat de overeenkomst van aanwas dat de heer X en mevrouw Y voornemens zijn af te sluiten, kwalificeert als een evenwichtig kanscontract ten bezwarende titel en ten gevolge hiervan de artikelen 2.7.1.0.3, 3°, 2.7.1.0.5, 2.8.1.0.1 io 2.8.4.1.1 §2 VCF geen toepassing kunnen vinden. 

[top]

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

25. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

26. De Vlaamse Belastingdienst doet bijgevolg geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.

27. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:

  • Artikel 2.8.1.0.1 VCF dat luidt als volgt:

Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”
 

  • Artikel 2.8.4.1.1, §2 VCF dat  luidt als volgt:

“Het tarief van de schenkbelasting voor de schenkingen van roerende goederen bedraagt :
1° 3% voor een verkrijging in de rechte lijn en tussen partners;
2° 7% voor een verkrijging door alle andere personen.
Dat tarief is niet van toepassing op de schenkingen onder de levenden van roerende goederen die met legaten worden gelijkgesteld met toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3°.”

 

  • Artikel 2.7.1.0.3 VCF  dat luidt als volgt:

“Worden met het oog op de heffing van het successierecht als legaten beschouwd :
1° alle schulden die uitsluitend bij uiterste wil erkend zijn;
2° alle schuldbekentenissen van sommen die voorkomen als een contract onder bezwarende titel, maar die een bevoordeling inhouden en die niet aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen zijn onderworpen;
3° alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.
Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden.”

 

  • Artikel 2.7.1.0.5 VCF  dat luidt als volgt:

“§ 1. De goederen waarvan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie het bewijs levert dat de erflater er kosteloos over beschikte gedurende de drie jaar vóór zijn overlijden, worden geacht deel uit te maken van zijn nalatenschap, tenzij de bevoordeling onderworpen is aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden. De erfgenamen of legatarissen hebben een verhaalsrecht ten aanzien van de begiftigde voor de successierechten die op die goederen voldaan zijn.
Als door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie of door de erfgenamen en legatarissen bewezen wordt dat de bevoordeling toekwam aan een bepaalde persoon, wordt die als legataris van de geschonken zaak beschouwd.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een bevoordeling waarvoor een vrijstelling van de schenkbelasting is toegepast, gelijkgesteld met een bevoordeling die aan de schenkbelasting of aan het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen.
§ 2. De termijn van drie jaar, vermeld in paragraaf 1, wordt evenwel op zeven jaar gebracht als het gaat om aandelen en activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3.
De termijn van zeven jaar, vermeld in het eerste lid, wordt teruggebracht tot drie jaar als de kosteloze beschikking dagtekent van voor 1 januari 2012.”

 

  • Artikel 3.17.0.0.2 VCF  dat luidt als volgt:

“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :
1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;
2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

28. Een kanscontract (ten bezwarende en bijzondere titel) valt onder dezelfde fiscale regeling als een beding van aanwas.
 
29. Er wordt vanuit fiscaal oogpunt aanvaard dat de betrokken goederen niet zijn onderworpen aan de erfbelasting of schenkbelasting (maar bij onroerende goederen wel aan het verkooprecht) mits het contract beperkt is, via beschikking onder bijzondere titel, en ten bezwarende titel is.
 
30. Het contract is onder bijzondere titel, wanneer de overeenkomst niet de algemeenheid van de goederen betreft die de partij bij zijn overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen die de partij zal nalaten, noch al zijn onroerende goederen, al zijn roerende goederen, of een evenredig deel van al zijn onroerende goederen of van al zijn roerende goederen bij zijn overlijden.
 
31. De heer X en mevrouw Y bezitten volgende aandelen:

  • elk één (1) aandeel in volle eigendom in de vennootschap A;
  • elk één (1) aandeel in volle eigendom in de vennootschap B;
  • elk drieëndertigduizend achthonderdenzeven aandelen (33.807) in volle eigendom in de vennootschap C.

Aangezien elke partij specifieke aandelen bezit op zijn/haar naam, is er sprake van een contract onder bijzondere titel.
 
32. Zaakvervanging is mogelijk binnen een dergelijk contract. Het vervanggoed volgt dan dezelfde regels/bestemming als het goed dat het vervangt. Hetzelfde geldt voor meerwaarden.
In beide gevallen gelden volgende (bijkomende) voorwaarden:

  • er moet in de akte conventionele zaakvervanging voorzien worden;
  • als er zaakvervanging is, moet dit nog bevestigd worden op het moment van de verwerving van het nieuwe zaakvervangende goed.

33. Het contract wordt aanzien als een kanscontract ten bezwarende titel wanneer de kansen evenwichtig zijn. Er wordt niet vereist dat de kansen gelijk zijn. Er dient wel sprake te zijn van een gelijkaardige levensverwachting van de betrokken partijen en er dient een gelijkwaardige inleg te zijn.

34. Een gelijkaardige levensverwachting kan niet enkel worden beoordeeld op basis van sterftetabellen maar kan ook worden beïnvloed door specifieke factoren zoals de gezondheidstoestand van de partijen, bepaalde activiteiten die ze uitvoeren, een overlijden dat kort volgt na het sluiten van het contract etc...

35. De gelijkaardigheid van de levensverwachting dient aanwezig te zijn bij het afsluiten van het beding. Het is evenwel mogelijk dat pas bij de realisatie van het beding blijkt dat bij het afsluiten van het beding niet aan deze voorwaarde was voldaan (zoals in de omstandigheid dat een van de partijen kort na het afsluiten van het beding is komen te overlijden en dat het een niet onverwacht overlijden betreft).

36. Op basis van de elementen en feiten vermeld in de aanvraag tot voorafgaande beslissing, kan worden besloten dat het in casu om een kanscontract ten bezwarende titel gaat. De heer X en mevrouw Y hebben dezelfde leeftijd en partijen stellen in eenzelfde goede gezondheid te zijn en aldus dezelfde overlevingskansen te hebben. Ter staving van de goede gezondheid verklaren zij recent een medisch onderzoek te hebben laten uitvoeren.

37. Enkel indien zou blijken dat de voorstelling van de feiten onjuist of onvolledig was, zal deze kwalificatie herzien worden, rekening houdende met de werkelijke feitelijke situatie.

38. De gelijkwaardigheid van inleg wordt beoordeeld bij het afsluiten van het contract, niet bij het realiseren van de opschortende voorwaarde (een goed kan in waarde stijgen of dalen).

39. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat de inleg van de aanvragers gelijkwaardig is. De heer X en mevrouw Y bezitten elk een gelijk aantal aandelen in de vennootschappen A, B en C.

40. Uit fiscaal oogpunt aanvaardt de Vlaamse belastingdienst het beginsel dat bij de realisatie van een kanscontract ten bijzondere en ten bezwarende titel de betrokken roerende goederen niet zijn onderworpen aan de schenkbelasting of de erfbelasting.

41. De voorgenomen verrichting maakt in principe geen fiscaal misbruik uit in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF tenzij uit de feiten blijkt dat de kansen uiteindelijk niet gelijkwaardig waren omdat één van de partijen kort na het sluiten van het contract niet onverwacht is komen te overlijden.

42. Deze beslissing heeft alleen betrekking op registratie-en erfbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.

[top]

---------------

  • publicatie op 16.04.2019