Vermindering voor gehandicapt persoon
Voorwaarden

Om vermindering van de onroerende voorheffing te kunnen genieten, moet de gehandicapte persoon op één januari van het aanslagjaar onder één van de volgende drie categorieën vallen:

  • ofwel een invaliditeit van minstens 66%

  • ofwel een vermindering van verdienvermogen tot één derde of minder

  • ofwel een vermindering van zelfredzaamheid van minimaal 9 punten

De invaliditeit moet bovendien het gevolg zijn van feiten die overkomen en vastgesteld zijn vóór de leeftijd van 65 jaar.

De vermindering wordt toegekend voor de woning waarin een gehandicapte persoon op 1 januari van het aanslagjaar zijn officiële woonplaats heeft volgens het bevolkingsregister.

Voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de vermindering wordt een gehandicapt persoon gelijkgesteld met twee kinderen (zie tabel hieronder).

Tabel forfaitaire verminderingen

Aantal
kinderen

Geïndexeerd bedrag vermindering
aanslagjaar 2015

Geïndexeerd bedrag vermindering
aanslagjaar 2016

Geïndexeerd bedrag vermindering
aanslagjaar 2017

 2

 7,62

 7,66

7,81

 3

 12,06

 12,13

12,37

 4

 16,89

 16,99

17,32

 5

 22,14

 22,27

22,70

 6

 27,77

 27,93

28,48

 7

 33,83

 34,02

34,69

 8

 40,31

 40,53

41,33

 9

 47,17

 47,43

48,37

 10

 54,48

 54,78

55,86

Vanaf het elfde kind wordt een vermindering ten bedrage van het geïndexeerde bedrag voor 2 kinderen toegekend per bijkomend kind.

Een gehandicapt kind wordt gelijkgesteld met 2 kinderen.

Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd t.o.v. het basisjaar 1996.

Een voorbeeld van de berekening van zo'n forfaitaire vermindering vindt u in het documentpdf bestandVoorbeeld berekening OV AJ 2013.pdf (45 kB).

Vermindering voor een gehandicapt kind

Een gehandicapt kind wordt voor de berekening van de vermindering overeenkomstig de bovenstaande tabel gelijkgesteld met 2 kinderen, als op 1 januari van het aansagjaar aan de volgende twee voorwaarden voldaan is:

  • het kind beschikt over een algemeen attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zaken waaruit blijkt dat het in totaal minstens 6 punten heeft op de medisch-sociale schaal, of een invaliditeit van minstens 66%;

  • het kind heeft volgens het bevolkingsregister zijn domicilie in de woning waarvoor de vermindering wordt gevraagd.