Vermindering voor kinderbijslaggerechtigde kinderen
Principe

In de onroerende voorheffing wordt een vermindering toegekend ten belope van een forfaitair bedrag per kinderbijslaggerechtigd kind, als tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldaan is:

  1. in het gezin zijn er op 1 januari van het aanslagjaar minstens twee kinderbijslaggerechtigde kinderen;
  2. de kinderen moeten op 1 januari van het aanslagjaar volgens het bevolkingsregister hun domicilie hebben in de woning waarvoor de vermindering wordt gevraagd.
Bedrag van de vermindering

Aantal
kinderen

Geïndexeerd bedrag vermindering
aanslagjaar 2015

Geïndexeerd bedrag vermindering
aanslagjaar 2016

Geïndexeerd bedrag vermindering
aanslagjaar 2017

 2

 7,62

 7,66

7,81

 3

 12,06

 12,13

12,37

 4

 16,89

 16,99

17,32

 5

 22,14

 22,27

22,70

 6

 27,77

 27,93

28,48

 7

 33,83

 34,02

34,69

 8

 40,31

 40,53

41,33

 9

 47,17

 47,43

48,37

 10

 54,48

 54,78

55,86

Vanaf het elfde kind wordt een vermindering ten bedrage van het geïndexeerde bedrag voor 2 kinderen toegekend per bijkomend kind.

Een gehandicapt kind wordt gelijkgesteld met 2 kinderen.

Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd t.o.v. het basisjaar 1996.

Een voorbeeld van de berekening van zo'n forfaitaire vermindering vindt u in het documentpdf bestandVoorbeeld berekening OV AJ 2013.pdf (45 kB).

Vermindering voor een gehandicapt kind

Een gehandicapt kind wordt voor de berekening van de vermindering overeenkomstig de bovenstaande tabel gelijkgesteld met 2 kinderen, als op 1 januari van het aansagjaar aan de volgende twee voorwaarden voldaan is:

  • het kind beschikt over een algemeen attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zaken waaruit blijkt dat het in totaal minstens 6 punten heeft op de medisch-sociale schaal, of een invaliditeit van minstens 66%;

  • het kind heeft volgens het bevolkingsregister zijn domicilie in de woning waarvoor de vermindering wordt gevraagd.